Van god los

door tomvanryckeghem

vangodlos3

Deze morgen stak een briefje in de bus. Het briefje is geschreven door een tante. . Het stak tussen een hele lieve kaart met geboortewensen voor Kamiel. Op één of andere manier raakte het me toen ik het las. Haar briefje is geschreven uit liefde, dat weet ik zeker. Ik waardeer het, maar ik weet niet of ik kan doen wat ze ons vraagt. Ze vraagt ons te bidden. Ze vraagt ons om elke dag te hopen en dat doen we meer dan ooit. Maar of we nu hopen op de heer.. dat weet ik niet. Ze vraagt ons hem te beminnen, maar hoe kan ik nu iemand beminnen die dit vreselijke verhaal laat gebeuren. Misschien zie ik een te machtig persoon in Gods naam.  Ik stel me veel in vraag de laatste tijd. Ik dacht eigenlijk nooit echt na over het bestaan van God, maar sinds ons verhaal dus wel…

We krijgen soms brieven thuis. Gisteren kwam er één toe van iemand die een stukje gids was op onze moeilijke weg. Ik waardeer haar en voelde dat alles wat ze schreef  met even veel liefde was gemeend. Ook in die brief werd er over God gepraat. Er stond in dat God liefde is.. God is liefde, god is liefde… Ik heb  het al verschillende keren hardop gezegd maar ik kan het niet geloven. Is god dan het gevoel dat ik heb voor mijn 3 schatten? Als dat waar is,  dan mag ik het eerste woord van het lied van  Bart peeters vervangen  door: ‘God is alles, wat er blijft wanneer de rest verloren is… Dan is de essentie van ons bestaan die man, of dat woord? Dan denk ik spontaan  aan de strofe ‘Dag vreemde man.. man van m’n dromen..’ van Ann Christy.

Ik ben nooit echt bezig geweest met kerk en leven.  Ik ben ‘kerkelijk’ opgegroeid. ’t Is te zeggen, ik moest een tijd lang elke week naar de kerk en was zelfs ooit misdienaar. Ik ben gedoopt, ik deed m’n communie, m’n vormsel, en we zijn gehuwd voor de kerk. Als ik over dat laatste nadenk, dan kom ik weer bij liefde, en god, ja.. liefde..

In jou kamer op hematologie  hing een kruisje. Het hing boven de deur die je niet mocht opendoen. 6 weken lang heb ik er naar gekeken. 6 weken lang heb ik het er willen afhalen. 1 keer deed ik het bijna maar toch net niet. De onzekerheid over jou ziekte, het zoeken naar een waarom frustreerde me zo erg dat ik maar niet kon begrijpen dat er geloof kon zijn in die man. Als hij er zou geweest zijn of er zou zijn, dan kon hij dit toch niet laten gebeuren? Dat waren harde gedachten die ik nu kan relativeren, maar nog ben ik ver van zeker over het bestaan van God. Er is nu al zoveel onzekerheid… eigenlijk haat ik onzekerheid momenteel. Het is gewoon een grote luchtbel die rondom ons zit en die we maar niet kunnen prikken.

Toch wil ik jullie bedanken, voor de mooie woorden dames, voor deze brieven die me aan het denken zetten over het leven. Die me doen twijfelen over dat woord waarin ik niet kan of niet wil geloven.

Wat ik wel geloof is dat we, samen, met alle dokters, met alle beetjes, met alle hulp, en vooral met  liefde, dit vreselijke beest kunnen verslaan.

Advertenties