door tomvanryckeghem

220501

Er is iets mis met Blub. Toen we daarstraks naar boven gingen merkte Leon het op.

Papa! Hij zwemt scheef, gaat hij dood? 

Er verschenen enkele traantjes in z’n oogjes. De kleine jongen kreeg het even moeilijk en ik legde m’n arm rond z’n schouder. Samen observeerden we het kleine visje.  Hij zwom inderdaad serieus scheef maar herpakte zich wel elke keer. De grote vis maakte er een spelletje van om de kleine in z’n zij te stoten.

Heeft hij honger?

We voederden de visjes waardoor Grote vis er op los beukte.

Haal hem er uit Papa!

Ik haastte me naar de kelder en zocht een tweede visbokaal. Ik vulde hem en zette de pot naast de andere. Daar stonden we, zonder veel woorden bekeken we de schuinzwemmer en dachten allebei waarschijnlijk hetzelfde. Maar hij verdiende nog een kans. Ik stopte Leon in z’n bed en we hoopten samen dat vis goed zou slapen en morgen weer de oude zou zijn.

Vorige week maakte ik een foto waarop Leon dolenthousiast zijn nieuwe vriendjes bekeek. Vanavond maak ik er één waar zijn enthousiasme plaats maakte voor twijfels en angst. En zo is ook het leven. Als er geluk is ligt het ongeluk op de loer. En de ene mens heeft nu eenmaal het geluk om iets onbezorgder te leven dan de ander. Ik ben er  ondertussen wel uit dat dat er  wel voor kan zorgen dat we als een sneltrein door het leven racen. Er is vaak nog weinig tijd om eventjes stil te staan bij het gewone alledaagse.

Ik sta vaak stil en ik denk zelf, dat ik de laatste tijd ‘ te vaak’ stil sta. Echt waar…