door tomvanryckeghem

240701

Hij stapte  naar de rand van de berg en legde er zijn dromen neer.  De wind streelde  de donzige haren van de witte pegasus die hij zonet had geboetseerd. Hij volgde haar tot ze hoog daarboven, voorbij de waaiende  velden, de afslag nam.

Hij sloot zijn ogen en luisterde naar de trompetvogels die  haar met klaroengeschal verwelkomden. Hoge  tonen ontploften in z’n hoofd en kroonden hen tot ruiters van het heelal.

De wereld werd een kleurkaart van grijzen. Haar zachte haren blaasden  zijn gedachten omver.  Haar harde tranen rolden over zijn doorleefde wangen. Een smakenpalet  vol  pure  zouten gleed langs zijn lippen, op het puntje van haar tong..

En met de snelheid van het licht vlogen ze  over golvende witte velden. De poort was nog gesloten maar de sleutel moest hier ergens liggen. Het regende er herinneringen die zij misschien wel wilde vergeten. Toch stopte hij ze één voor één, zorgzaam in zijn glazen potjes,

voor morgen.

Advertisements