door tomvanryckeghem

Voor wie deze morgen de zondag las. Op bladzijde 12 stond het verhaal van de Nederlandse Tanja Bongers. Bij haar werd baarmoederhalskanker vastgesteld toen ze zwanger was. Ze schreef er een boek over dat in oktober te koop is.

Ik deel volgende tekst van haar website:

Kanker en zwanger – Professor Amant

Een zwangerschap zou één van de mooiste periodes van je leven moeten zijn. Maar tijdens één op de duizend à tweeduizend zwangerschappen wordt bij de mama-in-spe kanker gediagnosticeerd. In Vlaanderen alleen al krijgen dus jaarlijks dertig tot zestig zwangere vrouwen deze vreselijke diagnose. ‘Vroeger betekende zo’n diagnose dat de zwangerschap onderbroken moest worden om de vrouw te kunnen behandelen’, weet professor Frédéric Amant, gynaecologisch oncoloog in het UZ Leuven. ‘Of dat de kankertherapie uitgesteld werd tot na de geboorte van het kind. Met alle risico’s voor de mama van dien. Nu weten we dat het perfect mogelijk is kanker te behandelen tijdens de zwangerschap. Het is geen kwestie van kiezen tussen moeder en kind. We kunnen ze allebei redden.’

En de kinderen doen het goed. Heel goed. Professor Amant: ‘Zet tien kinderen van achttien maanden op een rij van wie er twee chemotherapie gehad hebben tijdens de zwangerschap en je kan ze er niet uithalen. Niet in het gewone leven en óók niet aan de hand van verfijnde onderzoeken die het geheugen, de intelligentie, de aandacht en het gedrag van deze kinderen testen.’ Voor deze bewering baseert professor Amant zich op de resultaten van het unieke onderzoek naar zwangerschap en kanker dat sinds 2004 in het UZ Leuven loopt.

‘We zijn met de studie begonnen omdat er een patiënte met baarmoederhalskanker was die niet wilde dat we haar zwangerschap afbraken’, vertelt de professor. ‘Het was tijdens een standaard zwangerschapscontrole dat de kanker bij haar ontdekt werd. Mocht ze niet zwanger geweest zijn, dan zou de diagnose wellicht pas veel later gesteld zijn, want ze had geen enkele klacht. In haar ogen was het dus dankzij haar baby dat ze een vroege diagnose en betere overlevingskansen kreeg en dus vond ze dat ze haar kind ook een kans moest geven. Die eerste keer was het voor ons allemaal bijzonder spannend. We hadden geen enkele ervaring met kankertherapie tijdens de zwangerschap, wisten niet wat de impact ervan zou zijn op de baby. Toen die baby uiteindelijk geboren werd en bleek dat hij gezond was, waren we allemaal ontzettend opgelucht.’ Inmiddels is de professor ervan overtuigd dat kankertherapie starten tijdens de zwangerschap in de meeste gevallen de beste keuze is.

‘De nood om chemotherapie toe te dienen is geen reden om de zwangerschap af te breken,’ verduidelijkt hij, ‘want dat maakt het oncologisch probleem niet minder ernstig. Een zwangerschapsonderbreking verhoogt de overlevingskansen van de moeder op geen enkele manier. De therapie uitstellen tot na de geboorte van de baby – iets wat vroeger ook geregeld gebeurde – is niet zonder risico. Bij jonge vrouwen gaat het vaak om agressieve vormen van kanker en het is dan ook uiterst belangrijk de therapie zo snel mogelijk op te starten. Wat ook nogal eens gebeurde, was dat men de baby vroeger liet geboren worden, doorgaans vanaf 32 weken zwangerschap. Maar we weten nu dat zo’n vroeggeboorte veel meer negatieve gevolgen heeft voor het kind dan chemotherapie tijdens de zwangerschap.’

Er zijn natuurlijk uitzonderingen. Professor Amant: ‘In de eerste veertien weken van de zwangerschap kunnen we geen chemotherapie geven, want dan worden de organen van de foetus aangelegd. Dan chemotherapie toedienen verhoogt het risico op afwijkingen. Voor bestralingen geldt dan weer het omgekeerde. In het begin van de zwangerschap is het vruchtje nog klein en kunnen we zonder risico het bovenlichaam van de vrouw bestralen, maar naarmate de baby groeit, kan dat niet meer omdat er dan ook stralen bij het kind terecht zouden komen.’

De professor benadrukt ook dat zwangere vrouwen identiek dezelfde behandeling krijgen als niet-zwangere kankerpatiënten, omdat die nu eenmaal de beste kans op genezing biedt. En voor zover hij dat op basis van de beperkte gegevens die beschikbaar zijn kan nagaan, is er ook geen enkele aanwijzing dat hun uiteindelijke prognose slechter zou zijn dan die van niet-zwangeren. Het enige verschil is dat de kanker bij zwangere vrouwen vaak pas in een later stadium wordt gediagnosticeerd en dat heeft natuurlijk wel een negatief effect op hun overlevingskansen.

Professor Amant: ‘Het probleem is dat een zwangerschap doorgaans gepaard gaat met allerlei kwaaltjes en kleine klachten. Bovendien verandert er ten gevolge van de zwangerschap ook van alles in het lichaam. Daardoor worden klachten of lichamelijke veranderingen die eigenlijk het gevolg zijn van de kanker vaak wat gemaskeerd. Als we bijvoorbeeld naar de borsten kijken: die worden groter tijdens de zwangerschap, zijn gestuwd, steviger ook. Het is in die omstandigheden veel moeilijker om daar een gezwel in te voelen. En als ze al iets voelen, dan denken vrouwen vaak dat het een normale verandering is die bij de zwangerschap hoort.

Enkel voor baarmoederhalskanker geldt het omgekeerde. Het is een vorm van kanker die geen klachten geeft, maar dankzij de toegenomen gynaecologische controles tijdens de zwangerschap wordt de diagnose soms wel sneller gesteld. En dat resulteert uiteraard in gunstigere overlevingskansen voor de patiënt.’

http://www.dedagdatikdoodging.nl
____________________________________________________

Toen Lore chemotherapie kreeg was ze 6 maand zwanger. Tijdens week 32 werd er beslist om Kamiel geboren te laten worden. Ik weet nog heel goed dat ze vanuit Leuven van mening waren om  haar zwangerschap volledig te laten doorgaan. Onze dokter besliste er anders over en ik ben haar daar eeuwig dankbaar voor. Kamiel werd geboren en bleef de eerste 2 weken in AZ Brugge. Daar stelde men vast dat er tijdens de zwangerschap een herseninfarct had plaatsgevonden. Tijdens mijn gesprek met dokter Cornette  (diensthoofd neonatologie Brugge) kon hij me bevestigen dat dit gebeurd was  tijdens de periode dat ze chemotherapie kreeg. Toen we samen de factoren die een herseninfarct konden veroorzaken overliepen, was er geen enkele die voor Kamiel van toepassing was. De enige  onrechtstreekse oorzaak die dus overbleef was chemotherapie.

Ik heb nooit de intentie gehad om hier een feitendagboek van te maken maar dit moest me toch van het hart. Ik heb het vooral moeilijk met de manier waarop de media hier mee omgaat.  Als de gemiddelde lezer een krantenkop in de zin van:  “chemotherapie tijdens zwangerschap niet schadelijk” leest  is zijn mening snel gevormd.

Advertenties