van op het dak

door tomvanryckeghem

Van op het dak zoek ik de makkelijkste weg doorheen dit dolle verhaal.  Ze bestaat hoor.. dat weet ik zeker.  Ik ben er jaren mopperend doorgevlamd zonder er het bestaan van te weten… in een ander hoofdstuk.  Er ging een blauw bordje maar de straatnaam heb ik nooit kunnen lezen.

Misschien vind ik haar op deze manier wel terug.  Ik zou er alleszins minder mopperen, dat denk ik.  Eerst en vooral zou ik mijn wagen parkeren aan het begin van de straat en een keer heel hard gillen. Gewoon, omdat het goed zou doen.
Ten tweede zou ik de eerste dame of heer die ik er tegen het lijf loop eens flink knuffelen. En ten derde zou ik er een te koop bordje zoeken… en hopen dat het er betaalbaar is.

Maar zoeken van op dit dak is zoals zoeken naar ‘Waar is Wallie’. Ik neem de sterrenkijker die Leon en ik een tijd geleden maakten. We vonden wat oude Russische lenzen op opa’s zolder en tapeten ze kleurig aan elkaar. We mengden de meest vrolijke kleurtjes die we bedenken konden en versierden hem met ons hele hart. Tenslotte bedacht Leon een geweldige toverspreuk waar veel scheetwoordjes en soorgelijke klanken in voorkwamen en bezegelde het ding… voor altijd!

Dit moet gewoon lukken. Ik knijp mijn ogen heel hard op elkaar en concentreer me. Ik start links onderaan en bespeur elk minuscuul plekje. Mijn kijker gaat van  links naar rechts en van boven naar onder.

En dan…vliegt een klein vogeltje voorbij m’n lens. Het heeft een papieren briefje in z’n fijne bekje. Ik roep zo hard ik kan: Waar ga jij naartoe kleine mus? Waar brengt de wind je heen? Mijn zware stem schalt over deze grote wereld. Maar het grijze beestje kijkt niet om. Het fladdert boven de grijze huizenmassa en valt plots… zoals een buizerd zijn prooi vangt… recht naar beneden. Ik volg met  de kijker zo snel als mogelijk en dit gaat hard!  Pijlsnel valt het kleine pluimpje in de diepte… WEG!

Ik ben het verloren. Ik ben het kwijt. Ik zoek in elk hoekje zo snel ik zoeken kan…  tot er opnieuw… een klein vogeltje voorbij m’n lens fladdert. Het is iets grijzer dan z’n soortgenoot denk ik. Maar tussen z’n bekje steekt weer een kleurig briefje.

En zo blijf ik kijken de hele dag, en vergeet wat ik zoeken moest… Honderden kleine vogeltjes versieren de hemel.  Elk met een kleurrijk briefje in hun bekje en vallen neer… één voor één.

daar, op dat groene plekje, in de grote wereld.

-wordt vervolgd-

Advertisements